Rituelen

Rituelen zijn zo oud als de mensheid zelf. In alle culturen, religies en levensfasen markeren ze overgangen: geboorte, volwassen worden, afscheid, verlies, nieuwe beginnen. En dat is geen toeval. Rituelen helpen ons om ervaringen af te ronden. En om betekenis te geven en te voelen: dit hoofdstuk is gesloten.

 

Voor ons zenuwstelsel zijn rituelen geen symboliek alleen. Ze helpen het lijf en de geest te begrijpen wat er gebeurd is, zodat spanning kan zakken en integratie mogelijk wordt. Juist in uitdagende tijden bieden rituelen steun. Ze creëren bedding, houvast en verbinding – met onszelf, met anderen en met dat wat groter is dan wij.

 


Wanneer een ritueel ontbreekt

Soms is het leven te rauw, te groots in zijn pijnlijke emoties. Dat kan zo voelen wanneer een belangrijk ritueel ontbreekt, zoals een begrafenis, een afscheid of een ceremonie. En daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Misschien kon je er fysiek niet bij zijn, bijvoorbeeld omdat het afscheid in een ander land plaatsvond. Het kan ook zijn dat je vooral zorg droeg voor anderen en jezelf daarbij vergat. Soms is het verdriet simpelweg te groot om de nieuwe werkelijkheid toe te laten, of was je nog te jong om het volledig te begrijpen en te ervaren. En soms speelde er zoveel tegelijk dat er geen ruimte was om erbij stil te staan. In zulke momenten ben je vooral aan het overleven. En dat is volkomen logisch.

 

Wat echter vaak gebeurt, is dat het lichaam die afronding later alsnog blijft zoeken. Je kunt dat merken doordat er na verloop van tijd gevoelens of signalen ontstaan, zoals:

  • Onverklaarbare onrust of verdriet
  • Het gevoel dat er “iets nog niet af is”
  • Moeite met loslaten
  • Emotionele reacties die sterker zijn dan je had verwacht

Het ritueel heeft dan niet plaatsgevonden, of niet op een manier die je werkelijk heeft geraakt.

 


Een gemist ritueel alsnog afronden

Een ritueel helpt het zenuwstelsel te ervaren: Het is gezien. Het is gevoeld. Het is erkend. Het is voltooid. Zonder die ervaring blijft het systeem alert. Niet omdat je iets fout doet, maar omdat het lijf nog wacht op afronding. Het mooie is: afronding kan ook achteraf plaatsvinden.

 

Zelfs als het oorspronkelijke moment voorbij is, kun je alsnog een loslaat- of afrondingsritueel creëren. Niet als vervanging, maar als aanvulling. Een krachtige manier om dit te doen is via trance, middels hypnotherapie. Waarom? Omdat trance je helpt om niet alleen te denken aan wat er gebeurd is, maar het ook te ervaren. Ervaren voelt als doen. En al doende leert men, dit is anders dan er alleen over praten.

 


Trance als innerlijk ritueel

In trance kan iemand:

  • Teruggaan naar het gemiste moment
  • Zich voorstellen wél aanwezig te zijn
  • Te voelen wat er toen niet gevoeld kon worden
  • Uit te spreken wat nooit is uitgesproken
  • Afscheid te nemen op een manier die klopt

 

Het lijf reageert hier echt op. Het zenuwstelsel maakt geen onderscheid tussen een fysieke ervaring en een diep doorleefde innerlijke ervaring. Dat is waarom trance zo helend kan zijn,  het geeft het lichaam alsnog de ervaring dat de cirkel rond is.

 


Een loslaatritueel voor lijf en geest

Een innerlijk ritueel kan bijvoorbeeld bestaan uit:

  • Het bewust creëren van een veilige innerlijke plek
  • Het ontmoeten van degene van wie afscheid genomen wordt
  • Het uitwisselen van woorden, gevoelens of symbolen
  • Een duidelijke afronding: een gebaar, een beeld, een afscheid
  • Niet groots. Niet dramatisch. Maar waarachtig.

Het doel is niet om het verdriet weg te nemen, maar om het een plek te geven. Zodat het niet langer vastzit, maar kan bewegen.

 


Tot slot

Rituelen zijn geen luxe. Wanneer ze ontbreken, kan het zijn dat het 'systeem' blijft zoeken naar afronding. Het goede nieuws: wat niet in de buitenwereld kon plaatsvinden, kan alsnog in de binnenwereld worden voltooid. En dat is misschien wel het grootste geschenk dat je jezelf kunt geven. 

 

 

Voortbeelden

“Een maand na het overlijden van mijn vrouw begon ik me te schamen voor wat ik voelde. Ik had altijd een goede band met mijn schoonfamilie, maar ineens merkte ik jaloezie. Zij namen ruimte voor hun verdriet. Er werd naar hen geluisterd, ze werden vastgehouden. En ik… ik stond er voor mijn gevoel naast.


Tijdens haar ziekte was ik alleen maar bezig geweest met zorgen. Alles draaide om haar. Het ging zo snel,  drie maanden tussen de diagnose en haar overlijden,  dat ik nergens bij stil kon staan. Ik ging in een soort overlevingsstand. Ik regelde, ondersteunde, hield vol. Voor mijn eigen gevoelens was geen ruimte. Na haar overlijden bleef die stand aan. Ik vond dat ik sterk moest zijn. Dat ik niets mocht voelen wat ‘niet klopte’. Dus nam ik mezelf kwalijk dat ik jaloers was op mijn schoonfamilie. Terwijl het eigenlijk ging over iets anders: mijn eigen verdriet had nog geen plek gekregen. En ik projecteerde mijn innerlijke pijn op mijn schoonfamilie.


In trance kon ik terug naar die periode. Naar het moment waarop alles stilviel. Daar kon ik eindelijk voelen wat ik toen had weggedrukt. Samen met haar — en met anderen — kon ik alsnog een vervolg geven aan wat onaf was gebleven. Niet om het verleden te veranderen, maar om mijn eigen ervaring te erkennen. In trance konden we een ritueel houden omdat ze op die dag eigenlijk jarig geweest zou zijn. Ik voelde in trance dat ik de regie had, en mijn hele emotionele pallet kon vormgeven in een diner wat we samen gingen eten. Dit hielp mijn verder in mijn rouwproces, zonder schaamtegevoelens die mij daarin tegen hield.”

 

 

  •  

“Ik ben in het buitenland geboren en mijn tante was in mijn eerste levensjaren bijna een tweede moeder voor me. In een periode waarin mijn eigen moeder niet voor me kon zorgen, nam zij die rol vanzelfsprekend op zich. Ze was mijn veilige plek. Toen zij overleed, kon ik niet bij haar begrafenis zijn. De afstand, de omstandigheden. Het lukte gewoon niet. Toch voelde het alsof ik haar in de steek had gelaten. Dat schuldgevoel bleef knagen, ook al wist ik rationeel dat ik geen keuze had gehad. Iedere keer wanneer ik aan haar dacht, kwam datzelfde gevoel terug: ik had er niet voor haar kunnen zijn. Het maakte rouwen ingewikkeld. Alsof ik geen recht had op mijn verdriet, omdat ik niet was gekomen om afscheid te nemen.

 

Pas later begreep ik dat mijn rouw was vastgelopen. Niet omdat de liefde ontbrak, maar omdat ik nooit afscheid had kunnen nemen. Door daar alsnog ruimte aan te geven (in trance voelde het alsof ik nog met haar kon spreken en bij haar begrafenis was) kon het schuldgevoel verzachten.”